Een tand of kies kan door een grote vulling, slijtage, een breuk of een wortelkanaalbehandeling zo verzwakt zijn dat een gewone vulling niet meer voldoende is. Een kroon kan dan helpen om de tand of kies te herstellen en te beschermen.

Duurzaam herstel op maat

Een kroon is een duurzame kap die over de bestaande tand of kies wordt geplaatst. Daarbij streven we naar een goede functie én een zo natuurlijk mogelijke vorm en kleur.

Ontbreekt er een tand of kies? Dan kan in sommige situaties een brug een passende oplossing zijn. Een brug overbrugt de ruimte van de ontbrekende tand of kies en steunt op de naastgelegen tanden, kiezen of implantaten. Samen bespreken we welke oplossing het beste bij uw situatie past.

Veelgestelde vragen over kronen en bruggen

Een kroon of brug is een duurzame investering in uw gebit. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over het behandeltraject, de levensduur en het onderhoud.

Hoeveel afspraken zijn er nodig voor een kroon of brug?

Meestal is een kroon of brug in twee afspraken gereed. Tijdens de eerste afspraak slijpen we de tand of kies in de juiste vorm, maken we een afdruk (of digitale scan) en plaatsen we een tijdelijke kroon. In het tandtechnisch laboratorium wordt de definitieve kroon precies op maat gemaakt. Tijdens de tweede afspraak (meestal 2 tot 3 weken later) passen en plaatsen we de definitieve kroon of brug.

Hoelang gaat een kroon of brug gemiddeld mee?

Een kroon of brug gaat gemiddeld 10 tot 15 jaar mee, en bij een goede mondhygiëne en regelmatige controle vaak nog veel langer. Wel is het belangrijk om het tandvlees rondom de kroon goed schoon te houden met ragers of tandenstokers, omdat er onder de randen anders alsnog een gaatje kan ontstaan.

Doet het plaatsen van een kroon of brug pijn?

Nee, het prepareren (omslijpen) van de tand of kies gebeurt onder een plaatselijke verdoving, waardoor de behandeling pijnloos is. Na de eerste afspraak kan de tand of kies korte tijd wat gevoelig zijn voor warm of koud. Bij het definitief vastzetten van de kroon tijdens de tweede afspraak is verdoving meestal niet eens nodig.